09 jun Presentatie uitgangspunten cultuurbeleid door Jet Bussemaker in Utrecht

11402472_1588997161350381_4245290096536091920_oMinister Jet Bussemaker presenteerde maandag 8 juni de uitgangspunten voor het cultuurbeleid van de aankomende periode: 2017-2020. Dat deed ze in de beeldschone Metaalkathedraal in Utrecht. Van haar woorden straalt een liefde voor kunst en cultuur. 
Zij neemt haar verantwoordelijkheid om een betrouwbare financiële basis te garanderen, waarvanuit de kunstsector verbindend en eigengereid kan zijn. Ook voor het onderwijs zet zij cultuureducatie absoluut centraal, en benadrukt zij aandacht voor creativiteit en ‘maakkracht’. Daar ben ik haar heel dankbaar voor.
Zonder daarbij cultuureducatie te zien als oplossing voor alles. Over de meerwaarde van cultuur in het onderwijs zei zij het volgende:
“Ik geloof, zoals u weet, heel sterk in de toegevoegde waarde van cultuur voor de brede ontwikkeling van jonge kinderen. In verbinding met andere maatschappelijke domeinen. Zoals de zorg, het milieu, de leefbaarheid van steden.
 
De topdanser die zijn artistieke talent inzet om Parkinsonpatiënten beter te laten bewegen, of de tophoornist die grote groepen kinderen uit achterstandswijken een eigen instrument leert spelen in een orkest, laten zien dat cultuur levens kan veranderen. De weerstand tegen het waarderen van die verbindende kracht van kunst en erfgoed, vind ik onterecht.
 
Maar de éigen waarde van cultuur moet daarbij áltijd het uitgangspunt zijn. Cultuurbeleid moet niet ingezet worden om op de geestelijke gezondheidszorg te besparen of scores op de Citotoets omhoog te brengen. Niet instrumenteel. Zoals Gerrit Komrij in de jaren tachtig al zei: ‘kunstenaars zijn zwanen, geen ezels die pakjes dragen.’ Als kunst en erfgoed zelf niet van waarde zijn, is het zinloos die verbinding met andere beleidsterreinen te zoeken.”
11411650_870423599678611_1286590918309248685_o