het Cultuurknooppunt | Geniale ideeën. Waar komen ze vandaan, en hoe krijg je ze?
16027
post-template-default,single,single-post,postid-16027,single-format-standard,,qode-title-hidden,qode-theme-ver-6.0,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.5,vc_responsive

13 jan Geniale ideeën. Waar komen ze vandaan, en hoe krijg je ze?

John Cleese zei het al in de jaren ’80; creativiteit is geen talent dat voor enkelen is weggelegd. Het is een vaardigheid, iets waar je met oefening steeds beter in wordt. Hij noemt het ook wel ‘the ability to play’; ons vermogen om te spelen. 

Je hebt er tijd en ruimte voor nodig. Vervolgens moet je geen specifiek doel voor ogen hebben, en niet bang zijn om fouten te maken. Je moet gaan spelen. Lanterfanten. Ontspannen experimenteren en gewoon maar je impulsen volgen. Op die momenten ontstaan ze; geniale ideeën. Is het magie? Nee, creativiteit!

Ik hou niet zo van het beeld van rijen kinderen, keurig opgesteld achter hun tafels, met hun neus boven een Cito toets. Natuurlijk moet kennis aantoonbaar gemaakt worden, en een toets op zijn tijd is daar hét middel voor. Maar misschien zijn we er in de laatste jaren iets te veel nadruk op gaan leggen. Hoeveel tijd besteden we aan toetsen, en hoeveel tijd aan levenslessen? 

Toetsenterreur

Monique Leygraaf van de Hogeschool iPabo vraagt zich dat ook af. In dit artikel uit de Metro van afgelopen week zegt zij dat de ‘toetstendens’ niet genoeg ruimte laat voor de zaken waar het werkelijk om draait op school. Moeten kinderen niet vooral leren wie zij zelf zijn, ten opzichten van anderen en de wereld om hen heen? Willen leerkrachten niet veel liever van gedachten wisselen met hun klas, en met hen naar buiten om de wereld te onderzoeken, in plaats van te blokken voor ‘de perfecte toets’? 

Scholae. In het Latijn liggen de woorden voor ‘school’ en ‘vrije tijd’ heel dicht bij elkaar. School = vrije tijd. Nou, vroeger misschien! Maar wat zou het mooi zijn als er op school ook tijd was om te experimenteren en te onderzoeken. En af en toe ook stiekem wat te lanterfanten.